
César Franck (1822-1890)
- Fantasie en Ut
- Poco Lento
- Allegretto cantando
- Adagio
Na twee eerdere versies van dit werk te hebben geschreven voltooide Franck deze Fantasie in C in 1863 en gaf het in 1868 uit als deel van de Six Pièces. Het Poco Lento heeft een ABA’-structuur met een rustige melodie in de hoekdelen vol verzadigde C-groot harmoniek en een canon in het middengedeelte. Een kort tussendeel met verminderde septiemakkoorden voert naar het Allegretto in f-mineur, waarin zich een dialoog ontspint tussen hobo en fluit. In het adagio keert de sfeer van het begin terug, nu in de vorm van een ingetogen koraal.
Improvisatie
Charles-Marie Widor (1844-1937)
Cinqième Symphonie en fa mineur op. 42 no 1
- Allegro vivace
- Allegro cantabile
- Andantino quasi allegretto
- Adagio
- Toccata
Widor’s beroemde vijfde symfonie werd gepubliceerd in 1870. Het eerste deel bestaat uit een reeks variaties over een thema die culmineert in een grandioze epiloog. Het Allegro cantabile in liedvorm bestaat uit een liefelijke melodie voor hobo boven een Alberti-bas in f mineur, en een thema in Des majeur. Het derde deel, Andantino quasi allgretto staat in As majeur en is een soort intermezzo waarin twee thema’s, het een lijkend op een basso ostinato en het andere op een koraal, tegenover elkaar staan. Na de expositie klinkt een passage met herhaalde snelle patronen in het pedaal en crescendi. In de slotsectie worden de thema’s van het begin verwerkt met behulp van arpeggiotechniek. Het Adagio in C majeur is geschreven voor de registratie voix céleste op het manuaal en fluit 4’ in het pedaal. De kalme melodie wordt aanvankelijk canonisch verwerkt, later in de vorm van een 5-stemmige ricercare. De afsluitende Toccata bestaat uit een perpetuum mobile van zestiende noten gecombineerd met een eenvoudig motief met grote intervalsprongen in het pedaal. In het modulerende middengedeelte vindt een decrescendo plaats. Het dan volgende crescendo leidt naar de reprise gevolgd door een indrukwekkend slot.