| Julius Reubke (1834-1858) |
|
Sonate in c-moll Der 94ste Psalm
Grave, Larghetto
‘God van vergelding, Heer, verschijn in luister. Verhef u, rechter
van de aarde, geef de hoogmoedigen hun loon.’
Allegro con fuoco
‘Hoe lang nog zullen de wettelozen, Heer, juichen? Weduwen en vreemdelingen
doden ze, kinderen zonder vader brengen zij om. De Heer ziet het niet,
zeggen ze, de God van Jakob merkt toch niets’
Adagio
‘Had de Heer mij niet geholpen, dan woonde ik al in de stilte van het graf.
Toen ik door zorgen werd overstelpt, was uw troost de vreugde van mijn ziel’
Fuga
‘De Heer is mijn burcht geworden, mijn God de rots waarop ik schuil.Hij
geeft de schuldigen het loon dat zij verdienen, om hun onrecht brengt hij
hen tot zwijgen, de Heer, onze God, brengt hen voorgoed tot zwijgen’ |