Den Haag, Kloosterkerk - 4 dec. 2004 - orgel en electronica
orgel
György Ligeti (geb. 1923)
  - Volumina (1961/62/66)
orgel en elektronica
Jeroen Roffel
 
  Symphonie Crystale
- Heavens’ Caves
- Dance of Harmonies
- Concertino, Dance of Stars
orgel
Mauricio Kagel (geb. 1931)

 
  uit: Rrrrrrr… (1980/81)
- Râga
- Rondena
- Ragtime-Waltz
- Rossignols enrhumés
elektronica
René Uijlenhoet
  Lichtgewicht (1999/ rev. 2000) voor twee- of viersporengeluidsdrager
orgel en elektronica
René Uijlenhoet
  Dialogo sopra i due sistemi (2003) voor orgel en live-elektronica

Toelichting

1. Als kind van Joodse Hongaren werkte Ligeti na zijn studie als docent aan het conservatorium van Boedapest. Na het mislukken van de opstand in 1956 vluchtte hij naar het westen waar hij onmiddellijk in contact kwam met de centra van de nieuwe muziek. Het succes van werken als Apparitions en Atmospères maakt hem begin jaren ’60 in één klap bekend. Sindsdien wordt Ligeti beschouwd als één van de belangrijkste componisten van zijn generatie. Ligeti schreef vier orgelwerken, waar van de laatste drie, Volumina, en de twee études voor orgel, Harmonies en Coulée, inmiddels tot de ‘klassieken’ van het hedendaagse orgelrepertoire behoren. Snel na zijn vlucht naar het westen besefte Ligeti dat de hier heersende compositietechnieken als het serialisme en de aleatoriek voor zijn eigen componeren moeilijk bruikbaar waren. Zijn orkestwerken als Apparitions en Atmospères zijn klankcomposities, muziek waarin als klankmateriaal uitsluitend clusters gebruikt wordt, waardoor niet alleen de traditionele parameters ritme, melodie en harmonie, maar ook het binnen het serialisme centrale idee dat alle elementen van een compositie in een structureel verband ‘logisch’ op elkaar betrokken moeten zijn voor de vorm van een werk betekenisloos worden. Bijna zonder pauzes vloeien de klankvlakken in elkaar over, de muziek is voortdurend in beweging en werkt tegelijkertijd toch statisch. Belangrijk voor de waarneming zijn tot dan toe verwaarloosde aspecten van de klank als omvang, ligging en dichtheid van de cluster, de samenstelling uit halve of hele tonen, uit statische klankvelden of door een nauwelijks analyseerbaar gewemel van kleine bewegingen, de luidsterkte en vooral de kleur. Op deze manier ontstaan voornamelijk statische klankvlakken, die voortdurend, maar onmerkbaar van kleur veranderen. In Volumina droeg Ligeti het idee van de ‘Klangraumkomposition’ over op het orgel en schreef daarmee het eerste werk in de geschiedenis van dat instrument dat uitsluitend uit clusters bestaat. De organist moet voor het realiseren van de clusters gebruik maken van nieuwe aanslagmiddelen als het spel met de gehele hand of de arm. Om de speler de precieze doch niet door onnodig gecompliceerde speelaanwijzingen te verstrekken, ontwikkelde Ligeti een grafisch tekenschrift dat eenvoudiger en doelmatiger de verschillende variatiemogelijkheden van de clusters voorschrijft. Een zeer verantwoordelijke rol is weggelegd voor de registranten, die de bijna onmerkbare overgangen in klankkleur moeten realiseren. Het gedifferentieerde karakter van de klankvelden bereikt Ligeti niet alleen middels registratie. Met verschillende middelen lukt het hem de door de klavieren gegeven starre evenredigzwevende indeling in twaalf tonen van de klankruimte te doorbreken: half geopende register en het uitschakelen van de motor aan het einde van het werk denatureren de normale orgelklank en brengen onvoorspelbare microtonen voort. Al deze vernieuwingen past Ligeti toe in een proces waarin voortdurend nieuwe mogelijkheden in het gebruik van clusters worden toegepast , waarbij de dichtheid van gebeurtenissen allengs toeneemt en tegen het einde in de statische klankvelden van het begin terugkeert. De indruk bij het luisteren roept associaties op met grote lege klankruimtes of klankmassa’s (Volumina).

3. Geboren in Buenos Aires vestigde Maurizio Kagel zich in 1957 in Keulen waar hij in 1974 docent aan de Musikhochschule werd. Zijn uitgebreide en zeer diverse oeuvre werd meermalen bekroond. Karakteristiek voor zijn werk zijn de verwijzingen naar buitenmuzikale aspecten die in een compositie vaak op ironische wijze worden geïntegreerd. Kagel schreef drie werken voor orgel: Improvisation ajoutée, Phantasie mit Obbligati en Rrrrrrr…. In deze muziek probeert hij het instrument uit een al te rigide binding aan ritus en traditie te verlossen: de ‘koningin der instrumenten’ wordt om zo te zeggen gedwongen van haar troon af te dalen en wordt een instrument als alle anderen. Het werk Rrrrrrr…bestaat uit 41 autonome, zelfstandig uit te voeren muziekstukken die alle met de letter R beginnen. Een uitvoering van het volledige werk levert de ‘Radiophantasie Rrrrrrr…’ op. Deze cyclus is geschreven voor verschillende bezettingen, onder andere acht solostukken voor orgel. Op het eerste gezicht willekeurig gekozen, blijken de titels van de orgelstukken bij nader inzien op een fantasierijke en vermakelijke wijze betrekking te hebben op associaties met connotaties welke met orgel en orgelmuziek verbonden zijn, vooral in de verbinding met ritus en kerk. Enkele titels geven dit ook direct aan zoals Rauschpfeife en Repercussa. Kagel schrijft dus quasi met muzikale middelen een imaginaire encyclopedie van de orgelmuziek. Dan speelt hij met conventies en taboes en maakt op die manier de luisteraar bewust van de cultische, historische en semantische aspecten van het instrument. In Râgas verwijst Kagel naar muziek uit een andere cultuur (Râgas zijn toonreeksen uit India die als basismateriaal voor muziek gebruikt worden). Zo confronteert de componist in dit deel muziek die geassocieerd wordt met hindoeïsme met voorstellingen als Europa, christendom en kerk, en stelt daarmee de liturgische functie van het instrument ter discussie. In Ragtime-waltz gebeurd iets vergelijkbaars, muziek uit de kroeg (een dronken, zwalkende ragtime) wordt geplaatst in de context van een instrument dat verbonden is met meditatie en verhevenheid. Rossignols enrhumés (verkouden nachtegalen) is een parodie op de in de twintigste-eeuwse orgelmuziek regelmatig toegepaste vogelimitaties (Messiaen!). Kagels nachtegalen krassen in de diepste regionen van het instrument, zijn hoorbaar in dreunende koekoeksgeluiden en worden soms onderbroken door een heftig niezen.

4. René Uijlenhoet (1961) studeerde compositie bij Ton Bruynèl en orgel en improvisatie bij Theo Teunissen en Jan Welmers. Vanaf 1988 tot 1990 doceerde hij elektronische muziek aan het Utrechts Conservatorium. Aan de faculteit Kunst, Media en Technologie van de Utrechtse Hogeschool voor de Kunsten was hij van 1990 tot 1994 docent computercompositie. Tussen 1992 en 1998 werkte hij samen met de acteur Henk van Ulsen. Van 1996 tot 1998 werkte hij aan NEAR, het Nederlands Elektro-Akoestisch Repertoirecentrum, een initiatief van Gaudeamus en Donemus. Onder andere redigeerde hij de NEAR/Donemus uitgave van uitgebreid gedocumenteerde cd's van Ton Bruynèl, Jan Boerman en Dick Raaijmakers. Thans is hij als docent elektronische compositie verbonden aan de compositieafdeling van het Rotterdams Conservatorium. Zijn grote buitencompositie 'Zware Metalen', voor carillon, luidklokken en elektronica, werd in 1993 ingezonden als Nederlandse bijdrage voor de Prix Italia. In 1994 won de elektronische compositie 'Wedge' de eerste prijs in de 'Bourges Quadrivium Competition'. In december 2004 verschijnen zes stukken van Uijlenhoet op de cd 'Batalla', uitgegeven door Muziekgroep Nederland.

De wetenschappelijke katern van de krant biedt wekelijks een keur aan tot de muzikale verbeelding sprekende feiten en theorieën uit de natuurwetenschappen. Geïnspireerd door deze bijna poëtische teksten, waarin wordt geprobeerd het onvoorstelbare voorstelbaar te maken, ontstond het plan voor Lichtgewicht. In de muzikale ruimte van Lichtgewicht kunnen de klanken, net als in de moderne varianten van de kwantummechanica, voor- én achteruit door de tijd bewegen en verbinden lange snaren de afzonderlijke tijdlagen. Geluiden klinken op als percussieve 'deeltjes' of juist als langgerekte 'golven'. Verder kunnen 'uit het niets' klanken en antiklanken ontstaan en, wanneer zij elkaar ontmoeten, weer verdwijnen. Een enkele keer wordt een geluidsdeeltje door extreme versnelling zo zwaar dat het ander zwaar geluid aantrekt en ermee versmelt. Dit proces gaat door totdat de aantrekkingskracht van de ontstane geluidsmassa zo sterk wordt dat zelfs 'licht geluid' te zwaar wordt om nog te kunnen ontsnappen. De vierkanaals weergave verandert de zaal in een groot 'bellenvat' waarin banen van klanken vaag oplichten. De geluiden en de vorm van Lichtgewicht zijn geïnspireerd door de elektronische muziek uit de jaren vijftig, maar nergens wordt iets uit die periode 'gesampled' of nostalgisch geïmiteerd. De uitwerking vond plaats met behulp van eigen programma's voor klank-en vormsynthese. Gecomponeerd in opdracht van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst.

5. De titel is afgeleid van het beroemde boek van Galileo Galilei Dialogo di Galileo Galilei ... : doue ne i congressi di quattro giornate si discorre sopra i due massimi sistemi del mondo tolemaico, e copernicano; proponendo indeterminatamente le ragioni filosofiche, e naturali tanto per l'vna, quanto per l'altra parte (1632). In zijn boek vergelijkt hij het idee van de platte aarde met zijn theorie over de aarde als bolvormige draaiende planeet. Opvallend is dat hij beide ideeën verdedigt én bekritiseert om onder de censuur van de kerk uit te komen. De dialoog van het mechanische orgel met digitale geluidsbewerkingen laat bewegende schaduwmixturen in de kerkruimte ontstaan. Acht microfoons zitten in de orgelkast: twee luisteren naar het bovenwerk, twee naar het hoofdwerk, twee naar het rugwerk en twee naar het pedaal. De signalen van alle acht microfoons komen bij een laptop binnen, waar zij onafhankelijk bewerkt en uitgestuurd worden naar de twee luidsprekers in de Kloosterkerk. Gecomponeerd in opdracht van het Fonds voor de Scheppende Toonkunst. Opgedragen aan de organisten Willem Tanke en Jan Hage.

Naar het overzicht van de concerten in 2004.